Moeilijk lezende breinen

Laaggeletterdheid is in de VS een groot probleem. Leids pedagoog Paul van den Broek werd door de National Academies of Sciences naar Washington DC overgevlogen om voor te lichten over cognitief en neurologisch onderzoek naar begrijpend lezen. Hij houdt 2 november zijn oratie.

Ze kunnen woorden en misschien zinnen lezen, maar daar is al te vaak vrijwel alles mee gezegd. Veel jongeren en volwassenen hebben grote moeite met het begrijpen van teksten. Volgens de website van de Stichting Lezen & Schrijven – voorzitter is prinses Laurentien – is 13% van de volwassen Nederlanders laaggeletterd: ze kunnen dermate slecht met tekst overweg dat ze niet goed functioneren in de maatschappij.


National Academies

Dit is niet alleen een grote handicap voor henzelf, het is ook een economisch probleem. In de VS wordt het probleem van laaggeletterdheid nu op hoog centraal overheidsniveau erkend en aangepakt. Het National Institute for Literacy riep de hulp in van de National Academies of Sciences (NAS) – het wetenschappelijke adviesorgaan van de centrale overheid. Die stelde een commissie samen om uit te zoeken welke maatregelen nodig zijn en welk onderzoek daarvoor het hardste nodig is en dus dringend gefinancierd dient te worden.

Topexperts

De Leidse hoogleraar onderwijskunde Paul van den Broek werd uitgenodigd om deze commissie van experts van wetenschappelijke ammunitie te voorzien. Van den Broek onderzoekt de cognitieve processen die betrokken zijn bij het lezen en de bijbehorende neurologische structuren en processen. Als enige wetenschapper uit het buitenland in een clubje van vier topexperts mocht hij de state of the art én de gewenste nieuwe stappen in het onderzoek presenteren. Een behoorlijke eer, en ‘bijzonder interessant’, aldus Van den Broek. ‘Gegrild worden door zo’n commissie van de belangrijkste experts en luisteren naar de verhalen van de drie andere genodigden was een geweldige intellectuele ervaring.’

Van voorschools naar volwassenen

Met behulp van inzet en getuigenissen van ‘bekende Nederlanders’ wordt het probleem van laaggeletterde volwassenen in ons eigen land sinds kort uit de taboesfeer getrokken. Van den Broek: ‘Ook in Amerika staat het onderwerp laaggeletterdheid bij jongeren en volwassenen nog niet zo lang op de beleidsagenda. Tien jaar geleden was er een golf van onderzoek en beleid over voorschoolse ontwikkeling. Nu komt er ook aandacht voor jongeren en volwassenen. Een redelijk groot percentage van de mensen die al lang en breed zouden moeten kunnen lezen, blijkt dat niet te kunnen. Terwijl teksten lezen natuurlijk de basis is om te kunnen functioneren in de maatschappij: mails, formulieren, folders, leerboeken, gebruiksaanwijzingen, ontspanningslectuur.’

Hoe begrijpen we tekst?

Van den Broeks specialisme is niet zozeer het samenvoegen van letters en fonemen tot woorden, maar het begrijpen van tekst. Wat gebeurt er in de hersenen wanneer we een tekst lezen en begrijpen? Waaraan ligt het als we daar moeite mee hebben, en hoe zou je daar wat aan kunnen doen in het onderwijs of in therapieën? Hij maakt gebruik van technieken om met scans hersenactiviteit in beeld te brengen, maar ook van technieken die oogbewegingen registeren van een lezend persoon. In 2008 werd hij aangetrokken als hoogleraar in Leiden. Daarvoor – en ook nu nog nominaal – was hij bijna 20 jaar verbonden aan de University of Minnesota.

Subgroepen zwakke lezers

Belangrijk is dat er verschillende groepen zwakke lezers zijn, zegt hij. ‘En het is de moeite waard om voor die subgroepen te onderzoeken wat er mis gaat, zodat je interventies op maat kunt ontwerpen. Zo hebben wij met behulp van onder meer eyetrackers subgroepen van zwakke lezers weten te identificeren die op tests allemaal even slecht presteren, maar bij nadere beschouwing verschillende problemen hebben. Sommigen zijn bijvoorbeeld alleen binnen de tekst zelf op zoek naar betekenis, zonder de tekst in relatie te brengen tot kennis die ze al hebben. Anderen benutten wel hun achtergrondkennis, maar halen daarbij vooral irrelevante kennis naar voren. Voor elk type zwakke lezer hebben we interventies ontworpen.’

Informatie groeperen

Van den Broek: ‘Je kunt proberen de mensen beter te laten lezen, maar je kunt ook de teksten aanpakken. Hoe maak je teksten zo dat ze het makkelijker maken om informatie uit op te nemen? Als je weet hoe een lezer leest kun je teksten maken die zwakheden in leesbegrip ondervangen. Voor immigranten met een goed begripsvermogen maar een slechte kennis van het Nederlands – of in de VS het Engels – is het belangrijk om een tekst op te stellen met veelvoorkomende korte woorden. Maar voor iemand die geen woordherkenningsproblemen heeft maar juist moeite met het leggen van verbanden moeten stukjes informatie die bij elkaar horen ook vlak bij elkaar in een tekst staan, en eventueel samen herhaald worden.’
 
Het meten van oogbewegingen tijdens lezen.


Alles openbaar

Van de NAS kreeg hij in Washington het onderwerp Developmentaland Neuroscience Models of Text Comprehension toebedeeld. De drie andere genodigde experts mochten hun licht doen schijnen over het rijpende – lees verouderende – brein, het tweetalige brein, en de invloed van genen en omgeving op de leesontwikkeling. Het resultaat wordt een rapport bestemd voor de overheid maar ook het publiek, dat moet uitmonden in een nieuwe onderwijs- en onderzoeksagenda. Van den Broek: ‘Alles wat in deze commissie gebeurt is openbaar. In de Verenigde Staten is accountability heel belangrijk. De regering moet zich in dit soort zaken altijd naar het bredere publiek kunnen verantwoorden.’

Lezen en schrijven

Zijn onderzoeksterrein is nieuw; er is al heel veel cognitie- en gedragsonderzoek gedaan, maar de neurologische kant staat nog in de kinderschoenen. Van den Broek: ‘Er zijn veel vragen die nog beantwoord moeten worden. Bijvoorbeeld: leren kinderen anders dan jongeren en volwassenen? Leren jongeren weer anders dan ouderen? Hoe werkt leesbegrip bij tweedetaalsprekers? Welke gemeenschappelijke processen liggen ten grondslag aan het lezen van teksten en het zelf schrijven van teksten? Welke processen zijn universeel en welke zijn taal- of cultuurgebonden? Wanneer is er sprake van een echte stoornis?’
 
Hersenactiveiten tijdens het lezen van goede en slechte teksten.


Onderwijsstrategieën

En dat zijn alleen nog maar de fundamentele vragen. De implicaties voor onderwijsstrategieen, technieken en materialen zoals computerprogramma’s en lesmateriaal vormen een onderzoeksterrein op zich. Het is duidelijk: met een paar miljoen dollar zullen de Amerikaanse financiers van onderzoek er niet zijn.

______________________________________________________________________

Paul van den Broek is sinds 2008 hoogleraar in Leiden, met als leeropdracht ‘Pedagogische Wetenschappen, in het bijzonder de cognitieve en neurobiologische achtergronden van leren en doceren’. Ook is hij een van de trekkers van het interdisciplinaire universitaire onderzoeksprofielgebied Brain Function and Dysfunction over the Lifespan. Hij is verbonden aan het Instituut Pedagogische Wetenschappen van de Faculteit Sociale Wetenschappen en is daarnaast actief in het interfacultaire Leiden Institute for Brain & Cognition (LIBC) en in LIBC-Junior. Dat laatste bestudeert in interdisciplinair verband het brein in ontwikkeling.

Oratie

Voor wie Van den Broek wil horen spreken over zijn onderzoek en onderzoeksplannen: Maandag 2 november houdt hij zijn oratie.
Aanmelden

Links

Project Learning Sciences: Foundations and Applications to Adolescent and Adult Literacy van de National Academies of Sciences

Stichting Lezen & Schrijven


Verwante artikelen in de nieuwsbrief

Het bruist bij LIBC-junior van de ideeën (1 september 2009)
W8ff! Is dit wel een woord? (1 juli 2008)
Lezen begint op schoot (25 januari 2005)

______________________________________________________________________

Onderzoeksprofileringsgebied

Brain Function and Dysfunction over the Lifespan

Onderwijs

Bachelor
Pedagogische wetenschappen

Master
MSc Education and Child Studies
Masterspecialisatie Applied Neuroscience of Education and Child Studies

Academische Pabo
De Academische Pabo

Minoren
Pedagogische wetenschappen: een introductie
Interdisciplinaire Minor Brain and Cognition

(20 oktober 2009/HP)

Laatst Gewijzigd: 21-10-2009