Graven naar de gaskamers van Sobibor

De Leidse archeoloog Ivar Schute ontdekte onlangs de fundamenten van de gaskamers van vernietigingskamp Sobibor. ‘De Holocaust is bijna niet te bevatten. Dit werk maakt het tastbaar.’ Wat heeft hij aan zijn studie archeologie?  

Wat is de aanleiding voor deze opgraving bij Sobibor?

Ivar Schute aan het werk op de plek waar kamp Sobibor stond.

Ivar Schute aan het werk op de plek waar kamp Sobibor stond.

‘Er komt een nieuw museum en een symbolisch wandelpad op de plek waar destijds het kamp lag. Er was lange tijd nauwelijks iets van te zien: na een grote ontsnapping in 1943 braken de Duitsers het kamp af en plantten ze bomen om de sporen uit te wissen. Deze opgraving is een internationaal project van Israël, Polen, Nederland en Slowakije. Het zijn de landen waar de meeste slachtoffers vandaan kwamen. In de Tweede Wereldoorlog zijn er bijna 35.000 Nederlanders van Westerbork naar Sobibor getransporteerd. Na Auschwitz is dit het grootste Nederlandse massagraf.’


Hoe raakte jij erbij betrokken?

'Ik werd gevraagd omdat ik ervaring heb met opgravingen bij de kampen Westerbork, Treblinka en Bergen-Belsen. Met drie andere archeologen reconstrueer ik het pad dat de mensen bij aankomst destijds aflegden. Van het treinstation naar de gaskamers.’

De fundamenten van de gaskamers. Schute reconstrueert het pad dat de mensen bij aankomst aflegden.

De fundamenten van de gaskamers. Schute reconstrueert het pad dat de mensen bij aankomst aflegden.

Hoe hebben jullie de fundamenten van de gaskamers ontdekt?

‘We gebruikten tekeningen van gevluchte overlevenden en we hebben voorzichtig gegraven. Zonder machines, omdat er zo veel menselijke resten liggen. De graven mogen zo min mogelijk verstoord worden, het veldwerk staat onder toezicht van een rabbijn. Stukje bij beetje konden we het kamp reconstrueren omdat vernietigingskampen vaak dezelfde indeling hadden. We lokaliseerden eerst de kappersbarak en de zogenaamde Himmelfahrtstrasse, de weg naar de plek waar ze vergast werden. Dan weet je dat aan het eind daarvan de gaskamers moeten liggen. Na het verwijderen van het asfalt stuitten we op de fundamenten van de kamers.’

 

 

Wie: Ivar Schute (1966)

Studie: Archeologie (1984 – 1992, werkte al tijdens studie)

Lid: Augustinus

Favoriete plek in Leiden: 'Ik woon in de Witte Rozenstraat. Op nummer 57 staat het huis waar de natuurkundige Paul Ehrenfest woonde en waar Albert Einstein dikwijls op bezoek kwam. Om de hoek ligt ’t Kasteeltje, de vrijstaande villa op de Jan van Goyenkade 44. Hier woonde een oud-klasgenoot van Einstein die hij ook opzocht als hij in Leiden was. Intrigerende plekken, maar ik ben er nooit binnen geweest.’

 

 

Wat doet dit werk in emotioneel opzicht met je?

‘Het is een heel indringende ervaring. Tijdens de opgraving kan ik me goed focussen op het werk, maar natuurlijk laat het me niet onberoerd. Ik heb daar twee maanden gegraven en terug in Nederland blijven de beelden door mijn hoofd spoken. Het krijgt een plek door er veel over te praten. De Holocaust is bijna niet te bevatten, maar dit werk maakt het tastbaar. We hebben veel menselijke resten en persoonlijke bezittingen gevonden, zoals brillen en servies dat vooral van Nederlandse Joden afkomstig was. Zij verkeerden tot op het laatst in de veronderstelling dat ze naar een werkkamp gingen en hadden dierbare spullen meegenomen. Een heel pijnlijk besef.’

Hoe ben je in de oorlogsarcheologie terecht gekomen?

Schute op veldwerk tijdens zijn studie.

Schute op veldwerk tijdens zijn studie.

‘Als kleine jongen wilde ik al archeoloog worden, ik was altijd op zoek naar scherven. Ik studeerde af in de prehistorie, maar door verhalen van mijn opa en oma ben ook geïnteresseerd in de Tweede Wereldoorlog. Tot een jaar of tien geleden besteedden archeologen nauwelijks aandacht aan deze periode. Omdat het relatief recent is en omdat er al zoveel bronnen over zijn. Ik en een andere archeoloog hebben ons hard gemaakt om er wél aandacht aan te besteden. Opgravingen kunnen wel degelijk nieuwe informatie geven. Van veel kampen is niet meer bekend hoe ze eruit zagen en dus ook niet wat de locatie is van de gaskamers en massagraven. Dat kun je dan alleen nog maar op archeologische wijze achterhalen.'


Welke tijdens de studie opgedane vaardigheden komen in dit werk goed van pas?

‘Ik heb een heel goede veldopleiding gehad en mocht als student al grote opgravingen leiden. We leerden heel kritisch en zorgvuldig te zijn: een opgraving kun je maar één keer goed doen. Dankzij mijn toenmalige docent Martin Verbruggen, een expert in fysische geografie, weet ik hoe belangrijk het is om een plek te bezien vanuit de hele landschappelijke ontwikkeling in dat gebied. Dan snap je beter hoe een gebied geworden is zoals het is. Die manier van archeologie bedrijven is niet vanzelfsprekend. Veel archeologen kijken niet verder dan de putrand.’

Wat is het beste advies dat je ooit kreeg?

De studiegids van pre-en protohistorie met Schute op de cover.

De studiegids van pre-en protohistorie met Schute op de cover.

‘Toen ik afstudeerde zei hoogleraar Louwe Kooijmans tegen mij: “Jij moet de maatschappij in.” Hij bedoelde dat ik nog te onrustig was voor de wetenschap. Ik ging werken voor het archeologisch onderzoeksbureau RAAP waar ik nog altijd voor werk. Door dit werk kreeg ik contact met hele verschillende mensen, van boer tot projectonwikkelaar, met uiteenlopende belangen. Hierdoor leerde ik afwegingen maken, maar ook improviseren en oplossingsgericht werken. Het was een goed advies van Kooijmans!’

(18 december 2014 - LvP)


Laatst Gewijzigd: 18-12-2014