Onderzoek naar kindermishandeling wereldwijd

Hoe vaak komt kindermishandeling wereldwijd voor? Afhankelijk van de gebruikte onderzoeksmethode blijken de uitkomsten van onderzoeken enorm te verschillen, ontdekte pedagoge Marije Stoltenborgh. Hoe kan dat? Promotie op 22 juni.

Publicaties vergeleken

Onderzoekers zijn het erover eens dat kindermishandeling op zowel korte als lange termijn veel schadelijke gevolgen heeft, maar niet over hoe vaak het voorkomt. Marije Stoltenborgh gebruikte daarom de techniek van meta-analyse om de resultaten van honderden internationale wetenschappelijke publicaties samen te voegen waarin de prevalentie (hoe vaak een bepaald verschijnsel per 100 of 1000 mensen voorkomt) van vijf vormen van kindermishandeling werd gerapporteerd: lichamelijke mishandeling, lichamelijke verwaarlozing, emotionele mishandeling, emotionele verwaarlozing en seksueel misbruik.


Informantenonderzoek versus zelfrapportage

De resultaten van onderzoeken die gebruik maakten van rapportage door informanten - zoals hier in Nederland bijvoorbeeld medewerkers van een Advies- en Meldpunt Kindermishandeling en Bureau Jeugdzorg - verschilden behoorlijk van de resultaten uit onderzoeken die gebaseerd waren op zelfrapportage. In zulke onderzoeken rapporteren deelnemers over hun eigen ervaringen met mishandeling in hun kindertijd.

Cijfers

Uit de informantenstudies bleek dat 4 per 1000 kinderen slachtoffer waren van seksueel misbruik. Zowel fysieke als emotionele mishandeling kwam bij 3 per 1000 kinderen voor. Die aantallen vallen aanzienlijk lager uit dan de prevalentiecijfers op basis van zelfrapportage. Die laten zien dat 76 per 1000 jongens en 184 per1000 meisjes seksueel misbruikt werden. Per 1000 kinderen werden er 226 lichamelijk mishandeld en 363 emotioneel mishandeld. Lichamelijke verwaarlozing kwam voor bij 163 van de 1000 kinderen en emotionele verwaarlozing bij 184 per 1000 kinderen.

Verklaring

Hoe is dat enorme verschil in prevalentie van kindermishandeling te verklaren? Stoltenborgh: ‘We gaan ervan uit dat informantenonderzoek slechts het topje van de ijsberg blootlegt, omdat met name de zware en zichtbare gevallen van kindermishandeling bij de officiële instanties terecht komen. Maar bij zelfrapportage heb je weer te maken met de onbetrouwbaarheid van het geheugen. Bovendien wordt in de meeste informantenstudies de prevalentie over één jaar gerapporteerd, terwijl bij zelfrapportage meestal naar ervaringen tijdens de hele kindertijd wordt gevraagd.’

Preventie

Eén ding staat naar Stoltenborghs mening als een paal boven water: ‘Het is duidelijk dat kindermishandeling wereldwijd veel te vaak voorkomt, ondanks het feit dat bijna alle landen ter wereld het Verdrag inzake de Rechten van het Kind hebben ondertekend. Het is dus zaak om de aandacht voor preventie van (de gevolgen van) kindermishandeling te intensiveren.’

Onderzoek kindermishandeling in Leiden

De Universiteit Leiden doet veel onderzoek naar het voorkomen van kindermishandeling en de gevolgen ervan voor het latere leven. Onderzoekers van verschillende vakgebieden werken samen in het Leiden Interdisciplinary Network Child Abuse and Neglect (LINC) en in het Leiden Family Lab.

In oktober organiseren de onderzoekers een grote internationale conferentie over het thema.

Promotie

Marije Stoltenborgh
It should not hurt to be a child. Prevalence of child maltreatment across the globe
Vrijdag 22 juni 2012
Promotoren: prof.dr. M.H. van IJzendoorn en prof.dr. M.J. Bakermans-Kranenburg

Studeren in Leiden

Bachelor
Pedagogische wetenschappen

Bachelorstudenten kunnen een interdisciplinaire minor volgen over kindermishandeling. Deze (wereldwijd unieke) interdisciplinaire minor bevat een programma met vakken uit de pedagogiek, psychologie, psychiatrie, rechten en geneeskunde.

Master
Education and Child Studies > specialisatie Gezinspedagogiek

Profielthema

Health across the Human Life Cycle is een van de zes profielthema’s in het onderzoek van de Universiteit Leiden. Kindermishandeling is een belangrijk onderwerp binnen dit thema.


Laatst Gewijzigd: 22-06-2012