Het individu als dader in het internationale recht
Individualisering. Dat is volgens Larissa van den Herik de belangrijkste ontwikkeling in de handhaving van het internationaal recht sinds de Koude Oorlog. De hoogleraar Internationaal publiekrecht hield vrijdag 29 juni haar oratie.
Handhavingsmechanismen
Het Internationaal Strafhof in Den Haag
Van den Herik schetst de ontwikkeling van handhavingsmechanismen in het internationaal recht: vanaf het Congres van Wenen in 1815, via de oprichting van Volkenbond na de Eerste Wereldoorlog en van de VN na de Tweede Wereldoorlog, tot het huidige functioneren van het internationaal strafrecht en de sanctieregimes van de Veiligheidsraad.
Banden met al-Qaida
Het internationaal recht richt zich sinds het eind van de Koude Oorlog op de bescherming van individuen tegen oorlogsgeweld en misdaden tegen de menselijkheid. Maar ook zijn het individuen die terechtstaan in internationale strafhoven in Den Haag (Mladic, Taylor) en tegen wie economische sancties van de VN Veiligheidsraad gericht zijn. Khaddafi en diens familie bijvoorbeeld, maar ook de talloze individuen die op lijsten staan van verdachten van banden met al-Qaida. Het internationaal strafrecht van nu is gebaseerd op individuele verantwoordelijkheid.
Desastreuze sancties
Deze individualisering wordt over het algemeen gezien als een grote vooruitgang, zegt Van den Herik. Economische sancties tegen hele staten, zoals Irak, pakten in het verleden immers desastreus uit voor de bevolking en hebben geleid tot felle kritiek wegens schendingen van mensenrechten.
Recht op rechtsbescherming verdachten
Maar deze trend van individualisering en handhaving tegen individuen op centraal international niveau brengt ook problemen met zich mee. Het Internationaal Strafhof kan de massa’s schenders van mensenrechten en plegers van internationale misdaden bijvoorbeeld helemaal niet aan. Fundamenteler probleem is dat individuen die op sanctielijsten staan zich op hun beurt ook – met succes - bij bijvoorbeeld het Europees Hof van Justitie beroepen op hun recht op rechtsbescherming.
Ombudspersoon
De noodzaak oplossingen voor die problemen te vinden heeft geleid tot ingrijpende institutionele veranderingen binnen de VN. Zo is er na een geruchtmakende zaak bij het Europees Hof van Justitie (de Kadi-zaak) een ombudspersoon in het leven geroepen bij de Veiligheidsraad, speciaal gericht op het al-Qaida-sanctieregime. Die moet erop toezien dat mensen niet ten onrechte op de lijst komen en dat ze zelf worden gewaarschuwd als ze op de lijst staan.
Wereldvrede
Van den Herik: 'VN-sancties en vervolgingen door het Internationale Strafhof blijven belangrijk als signaal.'
Het zijn kritieke tijden voor de gerichte VN-sancties, zegt Van den Herik. Niet alle staten geven de ombudspersoon de nodige informatie.. De VS heeft eigenlijk alleen vertrouwen in de eigen instituties. De EU hamert juist steeds op correcte procedures. Vaak wordt de vraag opgeworpen of VN-sancties en rechtszaken bij het Internationaal Strafhof wel de meest effectieve manier zijn om de wereldvrede te dienen. Toch blijft vooral de signaalfunctie van mondiale afkeuring van VN-sancties en vervolgingen door het Internationale Strafhof belangrijk, concludeert Van den Herik.
|
Over Larissa van de Herik Larissa van den Herik is hoogleraar Internationaal publiekrecht aan de Universiteit Leiden. Ze onderzoekt wetgeving tegen genocide en misdaden tegen de menselijkheid, contraterrorisme en internationaal recht, de implementatie van het internationaal strafrecht op nationale niveaus, de VN Veiligheidsraad en gerichte sancties, en de verantwoordelijkheid van corporaties voor internationale misdaden.
|
(29 juni 2012 / HP)
Zie ook
Law, Democracy and Governance: Legitimacy in a Multilevel Setting is een van de zes profielthema’s in het onderzoek van de Universiteit Leiden