Drugs en medicijnen: wat doen ze in je brein?
Wat zijn de effecten van geneesmiddelen en drugs op hersenen en gedrag? Die vraag staat centraal tijdens het publiekssymposium ‘Drugs and the brain’, vrijdag 26 oktober in de Leidse Marekerk.
Onderzoekshotspot ‘Pharma’
Het symposium komt uit de koker van het Leiden Institute for Brain and Cognition (LIBC). Dat heeft dit jaar voor de onderzoekshotspot ‘Pharma’ gekozen, een project dat wordt geleid door LIBC-directeur professor Serge Rombouts en hoogleraar cognitieve psychologie Sander Nieuwenhuis. Ze werken hierin nauw samen met prof.dr. Joop van Gerven van het Leidse Centre for Human Drug Research. Het neuropsychofarmacologische onderzoek dat zij doen, is tweeledig:
-
ze onderzoeken de neurale basis van gedrag
-
ze bestuderen het effect van middelen als ketamine, morfine, dopamine, alcohol en cannabis op het functioneren van de hersenen
Stress
Nieuwenhuis richt zich in zijn onderzoek op de invloed van het noradrenalinesysteem op onze cognitie. Het gaat om het meest wijdverbreide neurotransmittersysteem. Hij is vooral geïnteresseerd in het ‘schakelen’ dat mensen kunnen: tussen gefocust zijn en open staan voor nieuwe invloeden van buitenaf. Nieuwenhuis: ‘We weten dat mensen met ADHD en met PTSS (posttraumatische stress-stoornis) een gestoord neurotransmittersysteem hebben. Maar we moeten meer weten over de fundamentele mechanismen daaronder voordat we die ziekten echt kunnen begrijpen.’ Nieuwenhuis ontwikkelt daar nu methoden voor en hij doet ook onderzoek naar effecten. Zo bekijkt hij of gezonde mensen exploratiever worden wanneer zij een soort antidepressivum krijgen, een 'noradrenerge' drug dat de activiteit van dit neurotransmittersysteem verhoogt.
Scanner
Nieuwenhuis kijkt op gedragsniveau naar mensen. Rombouts legt ze in de scanner en onderzoekt wat er na het toedienen van een medicijn of drug in hun hersenen gebeurt. ‘Zulk onderzoek is nodig omdat we wel zien dát bepaalde stoffen gedrag beïnvloeden, maar we vaak niet weten wát er precies gebeurt,’ legt hij uit. ‘Daar komt bij dat verschillende middelen aan de buitenkant hetzelfde effect kunnen hebben, maar in je hoofd heel andere mechanismen in werking kunnen stellen. Dat komt doordat de interactie tussen allerlei hersennetwerken heel verschillend kan verlopen.’ Wanneer je precies weet wat welke stof in de hersenen doet, kunnen de meest geschikte middelen worden ingezet tegen bijvoorbeeld dementie, depressie, angst of schizofrenie.
Vroege dementie
Rombouts: ‘Misschien wordt het mogelijk vroege dementie op te sporen nog voordat iemand zich dement gaat gedragen, namelijk aan de hand van reacties in zijn hersenen. Als we relevante stoffen hebben die belangrijke neurotransmittersystemen voor bijvoorbeeld dementie beïnvloeden. In het brein zien we mogelijk eerder en preciezer wat eraan schort.’ Dat zou kunnen helpen bij de diagnose en wellicht ook bij de behandeling, zegt hij. Rombouts wil de werking van antidepressiva ook op deze manier onderzoeken. Hij hoopt dat zo sneller duidelijk kan worden dan nu het geval is welk middel in welke dosering helpt. ‘Nu is het een kwestie van uitproberen en wekenlang afwachten.’ Ook de ontwikkeling van geneesmiddelen zal zo sneller kunnen.
(16 oktober 2012 / Malou van Hintum)
Zie ook
Artikelen
Profielthema
Health across the human cycle is een van de zes profielthema's in het onderzoek van de Universiteit Leiden
Studeren in Leiden
Bachelor
Master