De goddelijke mantra van coördinatie en samenwerking in de publieke sector
Gaat het ergens in de publieke sector niet goed, dan zijn coördinatie en samenwerking vaak de mantra. Maar werkt die mantra wel altijd zo goed? Bestuurskundige prof.dr. René Torenvlied vraagt zich dit af in zijn oratie op vrijdag 26 oktober 2012.
Netwerken heeft positief imago
René Torenvlied
Het is Torenvlied opgevallen dat de samenleving buitengewoon positief staat tegenover netwerken. En de wetenschap ook. Het bestuurskundige geloof in de zegeningen van het netwerken is groot én lijkt blijvend. Veel systematisch, empirisch netwerkonderzoek is er echter nog niet gedaan, en zeker niet naar de effecten op de kwaliteit van prestaties van de publieke sector. Terwijl het uiteindelijk toch om die kwaliteit gaat.
Perverse effecten
Netwerken blijken 'perverse' (bestuurskundige term voor 'onbedoeld negatieve') effecten te kunnen hebben. Zo hebben intensieve samenwerking en overleg soms tot gevolg dat niemand verantwoordelijk is of kan worden gesteld. Kartelvorming (in strijd met vrije concurrentie) is een uitgesproken voorbeeld van netwerken dat misschien voor de deelnemers profijtelijk is, maar niet voor de omgeving.
Vreemde uitkomsten
Opvallend is dat de uitkomsten van sommige onderzoeken evident lijken maar andere eveneens evidente uitkomsten tegenspreken. Of er zijn uitkomsten die niet kunnen kloppen. Bijvoorbeeld dat hoe meer een manager netwerkt, hoe beter het zijn organisatie gaat. Torenvlied gelooft niet dat een manager met een ADHD-netwerkstijl – ‘impulsief, overactief, tot hij erbij neervalt; we kennen allemaal wel zo iemand’ - zijn organisatie per definitie een dienst bewijst. Hoe kan die uitkomst er dan toch zijn?
Positieve uitwerking op prestaties
Torenvlied concentreert zich in zijn onderzoek op netwerken van organisaties (‘gehele netwerken’) en netwerken van managers (‘ego-netwerken’) in de publieke sector. In het algemeen heeft netwerken een positieve uitwerking op de prestaties van een organisatie, zowel op het niveau van de manager, als op het niveau van de organisatie, stelt hij op grond van zijn eigen onderzoek. Maar in verschillende mate.
Waardoor ontstaan verschillen?
De domeinen van Torenvlieds onderzoek zijn het hoger beroepsonderwijs en het primair onderwijs. Waarom leveren sommige samenwerkingsverbanden van opleidingen meer en andere samenwerkingsverbanden minder tevreden afgestudeerden? In hoeverre zijn verschillen in de prestaties van leerlingen van lagere scholen te verklaren uit de relaties die de schooldirecteuren onderhouden met tal van externe organisaties en instellingen? En: hoe meet je die verschillen?
De juiste dimensies
In zijn oratie wijst Torenvlied naar een verdere uitwerking van de theorie en methodologie: het gaat erom de juiste dimensies van netwerkactiviteit te meten en in de interpretatie te betrekken. Aan de hand van eigen onderzoek laat hij zien hoe de goddelijke mantra van coördinatie en samenwerking in het ene geval wel, en in het andere niet werkt.
Oratie
Prof.dr. René Torenvlied
Public administration with a focus on public sector management
Vrijdag 26 oktober 2012, 16.00 uur
Academiegebouw
Rapenburg 73
2311 GJ Leiden
Faculteit: Sociale Wetenschappen
Svp aanmelden
(24 oktober 2010/CH)
Zie ook
- Law, Democracy & Governance: Legitimacy in a Multilevel Setting is een van de profielthema's in het onderzoek van de Universiteit Leiden
Studeren in Leiden
Bachelor
-
Bestuurskunde, 2 tracks:
> Beleid, Bestuur en Organisatie (BBO)
> Economie, Bestuur en Managementr (EBM)
Master
-
Public Administration (7 tracks)
-
Internationaal: International Studies