Onderzoek naar biobrandstof in Indonesië
Loes van Rooijen, PhD-onderzoeker bij het Van Vollenhoven Instituut, is net terug van veldonderzoek in Indonesië. Ze beschrijft haar verblijf van vijf maanden in het district Sikka: ontwikkeling van biobrandstof, uitdagende vrouwen met zonnebrillen, de ‘EDGE’ (Enhanced Data rates for GSM Evolution) en de beste natuurhoning die ze ooit heeft geproefd.
Vijf maanden in Indonesië
Loes van Rooijen
Als PhD-onderzoeker bij het Van Vollenhoven Instituut voor Recht, Bestuur en Ontwikkeling neemt Loes deel aan het JARAK-programma voor het toepassen van een alternatieve biobrandstof in Indonesië. In dit programma wordt jatropha bestudeerd, vroeger een gewone heggeplant, die vanwege zijn specifieke eigenschappen een kandidaat is geworden voor de vervanging van fossiele brandstoffen. ‘Van juni tot december 2012 was ik bezig met veldwerk in Indonesië en bezocht plaatsen als Jakarta, Bandoeng, Yogyakarta (Java) en Kupang. De meeste tijd bracht ik door in en om Maumere, de hoofdstad van het district Sikka (Flores), Provinsi NTT.’
Wat deed je daar?
De Jatropha-plant: een plaatselijke kandidaat voor vervanging door biobrandstof.
‘Mijn onderzoek richt zich op de manier waarop districten in Oost-Indonesië reageren op nationale voorschriften in verband met de ontwikkeling van biobrandstof, en de invloed van deze nationale voorschriften op de toegang tot land en water voor kleinschalige boeren. Het grootste deel van de tijd was ik bezig met het interviewen van lokale ambtenaren van het ministerie van Landbouw, de boswachterij, openbare werken, regionale planningsinstituten en andere technische instanties. Ik probeerde te achterhalen hoe overheidsdiensten te werk gaan bij de ontwikkeling van een nieuwe sector die institutionele belangen doorkruist. Ik interviewde ook NGO’s die zich bezighouden met landbouwontwikkeling, en ik bezocht de velden van boeren ter plaatse.’
Het leukste aan Indonesië?
Een plaatselijke minibus, propvol met passagiers en producten.
‘Ik geniet altijd van de creativiteit en de chaos van het openbaar vervoer wanneer ik naar het buitenland ga, maar de bussen of ‘bemos’ in Sikka zijn echt een ervaring op zichzelf. Naast de gebruikelijke versie van tropisch vervoer (gammele overvolle minibusjes met mensen, dieren en oogstproducten) zijn deze busjes ook nog voorzien van een krijsende stereo en hebben ze kleurrijke ruiten, versierd met Jezus of uitdagende vrouwen met zonnebrillen.’
Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen ‘hier’ en ‘daar’?
‘Vooral communicatie kan een echt probleem zijn. Internettoegang is heel beperkt (ik leerde daar wat ‘EDGE’ betekent!). Ik woonde zo’n 15 km buiten de stad, waar het signaal van mijn mobiele telefoon erg onbetrouwbaar was. Sommige plaatsen stonden bekend om hun goede ontvangst en die waren populair bij de bevolking, zoals een grote rots of een bepaalde cashewboom. In één dorp hadden ze zelfs met verf op de grond een plek aangegeven waar telefoonbereik was. Het grappige is dat de meeste mensen in Maumere een Facebook-account hebben en dat er veel internetcafés in de stad zijn.’
Wat heb je mee teruggenomen uit Flores?
‘Voornamelijk geweldige ervaringen en ladingen papier! Maar ook een paar plaatselijke producten: traditionele stof uit Sikka, geweven door de vrouwen daar en geverfd met natuurlijke kleurstoffen. En dan de natuurhoning uit het bos: ik heb echt nog nooit zulke fantastische honing geproefd. Maar wat verwacht je anders van honing uit een plaats die “Flores” heet?’
(15 februari 2012)